De verschijntruc van de taal

‘Gaat de ontsteking niet binnen drie dagen vanzelf over? Ga dan naar de huisarts. Zij kan antibiotica geven om de ontsteking tegen te gaan. […]. 

Zijn de klachten hardnekkig? Dan krijgt u een verwijzing naar een keel-, neus- en oorarts. Zij kan bijvoorbeeld de trommelvliezen doorprikken of trommelvliesbuisjes plaatsen.’

Dit stukje komt uit een tekst van de website van Medisch Centrum Haaglanden. Behoorlijk revolutionair, vind ik.

Wat is er nou zo revolutionair aan een stukje over kinderen met oorontsteking die naar de huisarts of de oorarts moeten gaan? Misschien had je het al gezien, misschien niet, maar: de artsen worden aangeduid met ‘zij’. Op andere websites, in folders en tijdschriften, en in kinderboeken, worden artsen vrijwel altijd met de mannelijke vorm aangeduid.

Ik word hier heel blij van. Op een onopvallende, vanzelfsprekende manier, zonder er aandacht aan te besteden, wordt het beeld wat gewijzigd.

Ter vergelijking een paar andere voorbeelden:

Wanneer je kind een loopoor heeft dat al twee weken aanhoudt, is het ook aan te raden om je huisarts te raadplegen. Waarschijnlijk zal hij oor- of neusdruppels voorschrijven […].‘ (wij.nl).

Als je kind flink oorpijn heeft, kun je het beste de huisarts raadplegen. Die kan dan paracetamol en/of neusdruppels aanraden. Ook kan hij eventueel een antibioticum voorschrijven.‘ (oeiikgroei).

‘De arts kijkt met een otoscoop in het oortje naar het trommelvlies. Hij zal ook naar de neus en keel kijken, omdat deze vaak de infectiebron vormen.‘ (Babybytes.nl).

Waarom is dit belangrijk? Wat maakt het uit of een arts als zij of hij wordt aangeduid? Mensen weten toch dat artsen zowel vrouwen als mannen kunnen zijn?

Ja, dat zullen de meeste mensen wel weten. Maar taal is niet zo neutraal als het vaak lijkt te zijn. Taalkundige Agnes Verbiest noemt voorbeelden van teksten waarin een woord (zoals ‘de arts’, ‘de antropoloog’ of ‘de perfectionist’) in eerste instantie gericht lijkt te zijn op mannen en vrouwen, terwijl later in de tekst blijkt dat vrouwen uit beeld zijn verdwenen.

‘De verdwijntruc van de taal is zo een bijdrage aan de marginalisering van vrouwen.’ (Ons erfdeel, 1991).

En refereren aan de arts met ‘zij’ is zo een bijdrage aan de zichtbaarheid van vrouwen. Misschien moet dat ‘de verschijntruc van de taal heten’.

Geef een reactie