Gebr.

Gebr., Ted van Lieshout, 2002, Van Goor

De 16-jarige Lukas voelt zich anders dan andere kinderen. Hij weet dat hij op jongens valt, maar durft dat niet aan anderen te vertellen. Hij heeft weinig aansluiting bij anderen en hij trekt zich steeds vaker terug, ook voor zijn jongere broer, die een totaal ander karakter heeft. Marius heeft veel vrienden en vriendinnen, is open en wil graag contact met zijn oudere broer. Marius weet dat Lukas op jongens valt, en als hij erachter komt dat hij zelf ook verliefd is op een jongen, wil hij dat met Lukas delen. Maar Lukas gelooft hem niet en wil weinig met hem te maken hebben. Dan wordt Marius ziek. Het begint met lichte trillingen in zijn hand, maar het wordt steeds erger. De ziekte tast zijn lichaam en zijn geest aan. De moeder van Marius en Lukas loopt alle dokters en ziekenhuizen met hem af, maar de conclusie is steeds hetzelfde: het is psychisch en wordt veroorzaakt door een gebrek aan aandacht. Het gaat steeds slechter met Lukas en uiteindelijk overlijdt hij. De oorzaak van zijn ziekte bleek toch niet psychisch te zijn, maar lichamelijk (de ziekte van Wilson).

Na Marius’ dood leest Lukas zijn dagboek en overdenkt hij de gebeurtenissen. Het levert een aangrijpend verhaal op over twee jongens die ‘anders’ zijn, en daar op heel verschillende manieren mee omgaan, over de vaak moeizame relatie tussen de twee en de pogingen van de een om dichterbij te komen en van de ander om afstand te bewaren, over de nieuwe verhouding die ontstaat als de omstandigheden veranderen, over de ouders die op verschillende manieren met de ziekte en het overlijden van hun zoon omgaan en over een sterke, onafhankelijke moeder, die dingen op haar eigen manier doet.