Bij ons in de familie

Koos Meinderts (tekst) en Annette Fienieg (illustratie). Lemniscaat, 2014

‘Bij ons in de familie

zijn we allemaal

van de jongste tot de oudste

heel erg muzikaal.’

De hoofdpersoon, een meisje dat mooi kan zingen, stelt haar familie voor. Ze spelen allemaal een muziekinstrument; oma bijvoorbeeld de trom, tante de trompet en oom de doedelzak. Moeder is een bekende harpiste.

Een leuk boek met mooie tekeningen, waarin vrouwen, mannen, meisjes en jongens muziek maken. En waar ook oudere mensen wat kunnen. Het zijn wel allemaal witte mensen.

Interessant is nog om te kijken naar de keuze van de muziekinstrumenten. Uit het overzichtsonderzoek van John Eros blijkt dat, in Amerika, genderstereotypen over muziekinstrumenten invloed hebben op de keuze van meisjes en jongens voor een instrument. Dat begint een rol te spelen op de middelbare school. Sommige instrumenten worden sterk met meisjes geassocieerd, zoals de hobo, de fluit en de viool, terwijl instrumenten als de tuba, trombone, gitaar en percussie met jongens in verband worden gebracht. Meisjes kunnen over het algemeen gemakkelijker voor een niet-genderstereotype instrument kiezen dan jongens. Eros beschrijft een paar fluit spelende jongens die regelmatig om hun muziekinstrument worden uitgelachen en uitgescholden en soms ook fysiek worden bedreigd.

De mannen en jongens in het boek van Meinderts en Fienieg spelen orgel, accordeon, rammelaar, doedelzak en zaag.

De vrouwen en meisjes zingen, spelen de trom, harp, jazztrompet en dwarsfluit.

Het lijkt erop dat de vrouwen en meisjes in dit boek, precies zoals uit de onderzoeken blijkt, een grote keuze in muziekinstrumenten hebben: ‘traditioneel vrouwelijk’ zoals de dwarsfluit en ‘traditioneel mannelijk’ zoals de trom. De mannen lijken wat meer ‘genderstereotype’ instrumenten te bespelen.

Misschien nog een puntje voor een volgende druk: een dwarsluit en zaag omwisselen.