Alaska

Alaska, Anna Woltz, Querido, 2016

Anna Woltz zet vaak personages neer die anders zijn dan gebruikelijk. Zoals de serieuze en onafhankelijke Parker, die net op de middelbare school begint en die niet bezig is met erbij horen en zich aanpassen, maar die vooral haar hond mist. En haar klasgenoot Sven, die epilepsie heeft en die op school stoer doet, uit angst om zielig gevonden te worden. Alaska, de hulphond van Sven die eerder van Parker was, drijft hen uit elkaar en brengt hen bij elkaar. De karakters, met name die van Parker en haar ouders, wijken af van de gebruikelijke beschrijvingen van pubermeisjes, moeders en vaders. Parker voert haar drie broertjes (noodgedwongen) aan ‘als generaal’, maakt ’s nachts ondanks haar angst fietstochten om Alaska te zien, volgt een overvaller door de stad, en aarzelt niet over wat ze moet doen als Sven een aanval krijgt. Ze verzint uiteindelijk ook een plan om Sven terug te krijgen op school en schakelt daarvoor klasgenoten in, ook al vinden die haar raar. Het plan dat ze verzint is zo eenvoudig en doeltreffend, dat je bijna zou willen dat kinderen het overnemen, als ze in een soortgelijke situatie als Sven belanden (die niet meer naar school wil nadat een filmpje van hem online is gezet).

In de gesprekken tussen Parker en Sven komen vragen rondom angst, identiteit en erbij horen naar voren; wie heeft er recht om bang te zijn en waarvoor? Wie is er zielig? En heeft niet iedereen het gevoel dat zij of hij op een andere planeet thuishoort dan de anderen?